Woensdag 4 juli 2012 zal voor Willem en mij altijd herinnerd worden als een zinderende wandeldag.
De zon liet zich gul gelden tijdens onze tocht langs de Tweede Maasvlakte, het nieuwe strand en het Oostvoornse Meer. Onze huid kreeg kleur, onze flessen raakten leeg, maar met voldoende water en wat gezouten eten hielden we het verrassend lang vol. Onderweg ontvouwde zich een dag vol indrukken.
Nieuwsgierigheid bracht ons eerst naar de Tweede Maasvlakte. Nog vóór we ons zouden richten op vogels, vlinders en libellen, wilden we dit jonge landschap zien. Alles oogde groots en rauw, met een bijna buitenaardse schaal. Tussen het zware bouwverkeer door reden we richting het nieuwe strand: immens van opzet en nu al druk bezocht. Gloednieuwe parkeerplaatsen, talloze afslagen en voorzichtig geplant helmgras gaven het gebied een nog kale, onaffe uitstraling. Ongetwijfeld zal de tijd hier zijn werk doen. Helaas bleef een deel voor ons verborgen; een portier stuurde ons vriendelijk maar resoluut terug.
Daarna vervolgden we onze weg naar het Oostvoornse Meer. Langs de route lieten witte kwikstaarten en kneuen zich zien. Ook joeg een kolonie van circa vijftig zilvermeeuwen ons weg, omdat we iets te dicht bij hun territorium kwamen. Ook insecten waren volop aanwezig: motjes, verschillende hommelsoorten en zelfs de kleine vuurvlinder. In de zandwanden vlogen oeverzwaluwen af en aan, druk bezig hun jongen te voeden.
Na de auto achter te hebben gelaten en even te hebben gerust, begonnen we aan een langere wandeling. Een smal, langgerekt lint van groen leidde ons door afwisselend vochtige bosdelen en droge, zanderige open stukken. Slechts 1,3 kilometer lang, maar rijk aan sfeer. Dit was de entree van de Slikken van Voorne naar vogelkijkhut De Bonte Piet, door velen geroemd als „dé kijkhut onder de kijkhutten”, mits het seizoen meewerkt.
Na zo'n twintig minuten leek het pad abrupt te eindigen. Even twijfelden we, tot een kleine draai naar links ons oog in oog bracht met een bescheiden houten schuur. Daar was hij.
Binnen hing een stille, bijna eerbiedige sfeer. Dit was een plek van toewijding voor natuurliefhebbers, fanatieke vogelaars en biologen. Het logboek sprak van talloze bezoeken, het overzicht van waarnemingen vertelde jaren aan geschiedenis. De zorgvuldig weggewerkte luiken en bankjes nodigden uit tot geduldig kijken. Helaas bleef het die dag bij bergeenden op het meer. Mooie vogels, zeker, maar we hadden op meer gehoopt. In de verte lag een zeehond loom te zonnen, terwijl kokmeeuwen hun aanwezigheid luidruchtig kenbaar maakten.
Meer dan genoeg reden om hier terug te keren: naar deze stille, bijzondere plek waar kijken altijd weer beloond wordt.
De zon liet zich gul gelden tijdens onze tocht langs de Tweede Maasvlakte, het nieuwe strand en het Oostvoornse Meer. Onze huid kreeg kleur, onze flessen raakten leeg, maar met voldoende water en wat gezouten eten hielden we het verrassend lang vol. Onderweg ontvouwde zich een dag vol indrukken.
Nieuwsgierigheid bracht ons eerst naar de Tweede Maasvlakte. Nog vóór we ons zouden richten op vogels, vlinders en libellen, wilden we dit jonge landschap zien. Alles oogde groots en rauw, met een bijna buitenaardse schaal. Tussen het zware bouwverkeer door reden we richting het nieuwe strand: immens van opzet en nu al druk bezocht. Gloednieuwe parkeerplaatsen, talloze afslagen en voorzichtig geplant helmgras gaven het gebied een nog kale, onaffe uitstraling. Ongetwijfeld zal de tijd hier zijn werk doen. Helaas bleef een deel voor ons verborgen; een portier stuurde ons vriendelijk maar resoluut terug.
Daarna vervolgden we onze weg naar het Oostvoornse Meer. Langs de route lieten witte kwikstaarten en kneuen zich zien. Ook joeg een kolonie van circa vijftig zilvermeeuwen ons weg, omdat we iets te dicht bij hun territorium kwamen. Ook insecten waren volop aanwezig: motjes, verschillende hommelsoorten en zelfs de kleine vuurvlinder. In de zandwanden vlogen oeverzwaluwen af en aan, druk bezig hun jongen te voeden.
Na de auto achter te hebben gelaten en even te hebben gerust, begonnen we aan een langere wandeling. Een smal, langgerekt lint van groen leidde ons door afwisselend vochtige bosdelen en droge, zanderige open stukken. Slechts 1,3 kilometer lang, maar rijk aan sfeer. Dit was de entree van de Slikken van Voorne naar vogelkijkhut De Bonte Piet, door velen geroemd als „dé kijkhut onder de kijkhutten”, mits het seizoen meewerkt.
Na zo'n twintig minuten leek het pad abrupt te eindigen. Even twijfelden we, tot een kleine draai naar links ons oog in oog bracht met een bescheiden houten schuur. Daar was hij.
Binnen hing een stille, bijna eerbiedige sfeer. Dit was een plek van toewijding voor natuurliefhebbers, fanatieke vogelaars en biologen. Het logboek sprak van talloze bezoeken, het overzicht van waarnemingen vertelde jaren aan geschiedenis. De zorgvuldig weggewerkte luiken en bankjes nodigden uit tot geduldig kijken. Helaas bleef het die dag bij bergeenden op het meer. Mooie vogels, zeker, maar we hadden op meer gehoopt. In de verte lag een zeehond loom te zonnen, terwijl kokmeeuwen hun aanwezigheid luidruchtig kenbaar maakten.
Meer dan genoeg reden om hier terug te keren: naar deze stille, bijzondere plek waar kijken altijd weer beloond wordt.
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst.
Laat een reactie achter
Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.